Skip to main content
U kunt automatisch een CloudTalk VoiceAgent-oproep starten met Kustomer Workflows. In deze handleiding leest u hoe u de trigger instelt, klantgegevens doorgeeft aan CloudTalk en controleert of de oproep is gestart
Gebruikersniveau: Admin

Voordat u begint

U hebt nodig:
  • Een al aangemaakte CloudTalk VoiceAgent (noteer de VoiceAgent-ID)
  • CloudTalk API-inloggegevens (API-sleutel en Secret)
  • Een Kustomer-account met toegang tot Workflows
  • Klantrecords met ten minste een telefoonnummer in E.164-formaat (bijvoorbeeld +14155550100)

De integratie instellen

De Authorization-header genereren

CloudTalk gebruikt Basic Authentication voor API-verzoeken. Zo genereert u uw gecodeerde waarde:
  1. Ga naar https://www.debugbear.com/basic-auth-header-generator
  2. Voer uw CloudTalk API-sleutel en CloudTalk API Secret in (te vinden in uw CloudTalk-bedrijfsinstellingen).
  3. Kopieer de gegenereerde header. Deze ziet er ongeveer zo uit: Basic XXXXXXXXX
Deze waarde plakt u in de workflowactie hieronder.

Een Kustomer-workflowtrigger aanmaken

  1. Open in Kustomer Settings > Workflows.
  2. Klik op + New Workflow.
  3. Kies een triggertype, bijvoorbeeld:
    • Conversation created
    • Tag added to customer
    • Customer attribute updated
  4. Voeg Conditions toe om te bepalen wanneer de oproep wordt gestart, bijvoorbeeld alleen wanneer het telefoonnummer van de klant is ingevuld.

De HTTP-verzoekactie toevoegen

Nadat u uw trigger hebt ingesteld:
  1. Klik op + Add Action > REST API: JSON
  2. Configureer:
    • Method: POST
    • URL: https://api.cloudtalk.io/v1/voice-agent/calls
    • Headers:
    • Body:
  3. Sla de workflow op en zet deze op Enable
Deze actie:
  • Stuurt een POST-verzoek naar de CloudTalk VoiceAgent API
  • Geeft het telefoonnummer van de klant door
  • Zorgt ervoor dat uw VoiceAgent de oproep uitvoert
call_number en voice_agent_id zijn de enige verplichte velden. Optioneel kunt u call_properties toevoegen, zoals systeempromptvariabelen (gegevens die de VoiceAgent tijdens de oproep gebruikt) en outputvariabelen (gegevens die na de oproep naar uw endpoint worden teruggestuurd), afhankelijk van uw VoiceAgent-configuratie. Lees wat u kunt opnemen.
De waarde #{{steps.1.phones.0.phone}} in de body verwijst naar gegevens uit een eerdere stap in uw workflow, in dit geval het telefoonnummer van de klant. U kunt dezelfde verwijzingssyntaxis gebruiken om andere klantgegevens in het verzoek op te nemen. Stel deze verwijzingen op in de workfloweditor van Kustomer, zodat ze overeenkomen met de stappen in uw workflow.

Testen en controleren

  1. Activeer de gebeurtenis op een testklantrecord met een telefoonnummer.
  2. Open Settings > Workflows > [Workflow Name] > Run history.
  3. Controleer in CloudTalk of de VoiceAgent-oproep is gestart.
Klaar! 🚀 Uw Kustomer-workflow start nu automatisch een CloudTalk VoiceAgent-oproep zodra een klant aan uw gekozen voorwaarden voldoet.

Problemen oplossen

  • 401 Unauthorized: controleer de waarde van de Authorization-header opnieuw.
  • 400 Bad Request: controleer of het telefoonnummer in E.164-formaat staat (bijvoorbeeld +14155550100).
  • Workflow wordt niet gestart: controleer de triggerinstellingen en of uw voorwaarden voor het testrecord kloppen.

Hulp nodig of hebt u een vraag? Neem contact met ons op via ons Supportportaal. Wij staan voor u klaar.